Risicobeheer financiering
De Wet fido beoogt een solide financiering bij openbare lichamen. Doel hierbij is het vermijden van
grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte en lange
termijn financiering.
In het kader van het renterisicobeheer mag de gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal van
een openbaar lichaam de kasgeldlimiet niet overschrijden en mag het renterisico op het
begrotingstotaal van een openbaar lichaam de renterisiconorm niet overschrijden.
De kasgeldlimiet en de renterisiconorm bedragen beide een percentage (8,5% respectievelijk 20%)
van het begrotingstotaal van de gemeente. Indien een openbaar lichaam voor het derde
achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt, stelt het daarvan de toezichthouder op de
hoogte, en legt het de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring voor aan de toezichthouder.
Hieronder treft u de ontwikkeling (van de ruimte onderschrijding c.q. overschrijding) van de
kasgeldlimiet en renterisiconorm aan.
De kasgeldlimiet geeft de toelaatbare omvang van de netto vlottende schuld aan en dient derhalve om het renterisico op de korte termijn te beheersen.
